Streefdoel

Mediaopvoeding moet ertoe bijdragen dat kinderen op een behendige, zelfredzame en kritische manier kunnen participeren aan de complexe, veranderlijke wereld waarin ze leven en dat zowel in de rol van zender als ontvanger van mediacontent.

Drie basiscompetenties

Om dat te kunnen, moeten kinderen kennis, vaardigheden en attitudes ontwikkelen op het vlak van 3 basiscompetenties:

  • mediageletterdheid
  • mediawijsheid
  • technische en instrumentele mediacompetentie
Geletterdheid
Wijsheid
Technische en instrumentele competentie

Onder werken aan mediageletterdheid verstaan we het verwerven van kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot de taal van de media en de vele toepassingen ervan in de multimediale wereld waarin de kinderen leven met de bedoeling die te kennen, te begrijpen en te gebruiken.

Dat houdt in dat leerlingen nadenken over en antwoorden zoeken op vragen zoals: Welke media ontdek ik in mijn omgeving? Welke mogelijkheden bieden die verschillende media? Hoe beïnvloeden ze elkaar? Welke zijn de mechanismen van de verschillende media? Wat betekent zenden en ontvangen? Welke media liggen mij het best en waarom?

Mediageletterdheid beperkt zich niet alleen tot kennis en vaardigheden.  Ze is er ook op gericht om de interesse voor de verschillende media en hun toepassingen te wekken en gaande te houden.  Tegelijk wordt aangestuurd op een kritische en onderzoekende houding tegenover mediaboodschappen en informatie die via de verschillende media op kinderen afkomen.

Daarnaast ontwikkelen de leerlingen een taal met voor hen relevante begrippen waarmee ze met anderen over media kunnen communiceren.

Door zich in verschillende media te laten uitdrukken, ontdekken ze welk medium het beste aansluit bij hun persoon en bij wat ze willen vertellen.

Met werken aan mediawijsheid bedoelen we het verwerven van de kennis, vaardigheden en attitudes die bijdragen tot de ontwikkeling van een waardebewuste en alerte houding tegenover media en het gebruik ervan door de leerlingen en door anderen.

Werken aan mediawijsheid is zoeken naar antwoorden op vragen zoals: Welke impact hebben de media op mijzelf en op anderen?  Hoe voel ik mij in de mediawereld?  Wat leer ik uit de vergelijking van verschillende mediaboodschappen over eenzelfde gegeven?  Wanneer en waarom gebruiken we media?

Zo worden de leerlingen zich bewust van hun eigen en andermans omgang met media en ontwikkelen ze waarde- en normbesef: wat hoort en wat hoort niet?  Dat stelt hen in staat om zelfbewuste en goede keuzes te maken.  Wijsheid verwerven is een levenslang leerproces.

 Met media omgaan, veronderstelt ook technische en instrumentele competentie.

Die verwerven is in de basisschool geen doel op zich, wel een middel.  Ze is toch belangrijk omdat het onmogelijk is om met media om te gaan zonder een basis aan technische en instrumentele kennis en vaardigheden.  Daarom willen we ook binnen mediaopvoeding het technisch bewustzijn bij de leerlingen verder ontwikkelen.

Dat houdt in dat ze een aantal elementaire technische principes begrijpen en dat ze aantal eenvoudige technische handelingen kunnen uitvoeren.  Dat moet ertoe bijdragen dat kinderen op een efficiënte, zorgzame en veilige manier omgaan met de beschikbare technieken en middelen.

Door de toevoeging van het begrip instrumenteel willen we de aandacht richten op de specifieke vaardigheid die kinderen dienen te ontwikkelen om allerlei apparaten vlot te kunnen bedienen. Denk maar aan het bedienen van geluidsapparatuur, camera's, telefoons, computers,...

 

Onderlinge samenhang

Het is belangrijk die 3 basiscompetenties te bekijken vanuit hun onderlinge samenhang.  Werken aan één van de drie, als een geïsoleerde doelstelling, is weinig zinvol.  De technische en instrumentele competentie is bijv. nodig om mediageletterdheid en -wijsheid te verwerven.  Toch is het niet de bedoeling om lessen in te richten die enkel bedoeld zijn om technische vaardigheden aan te leren.  Door de vele raakpunten tussen mediageletterdheid en mediawijsheid komt werken aan het ene, ook het andere ten goede.